Raad van State wijst bezwaren buurt af

geplaatst in: Nieuws | 0

De Raad van State heeft definitief de bezwaren van de buurt tegen de bouw van het namen monument afgewezen. Stichting de Groene Plantage heeft de volgende nieuwsbrief opgesteld. Zie hier de volledige Uitspraak van de Raad van State.

NIEUWSBRIEF 29 oktober 2020
Stichting De Groene Plantage heeft de rechtszaak tegen de gemeente over het Holocaust Namenmonument
verloren. De vraag rijst of niet juist de rechtsstaat verloren heeft. Het valt te betreuren dat vanwege de grote
politieke en morele druk rond het monument de overheid er niet in geslaagd is helder over deze opgave na
te denken en verzuimd heeft hiervoor een open, inclusieve, procedure te organiseren. De Raad van State
heeft zich in haar uitspraak niet gedistancieerd van het politieke karakter van de materie.
Bezwaarmakers hebben steeds aangegeven vóór een monument te zijn en onderstrepen het belang ervan
nog steeds.
Dit maatschappelijke belang vraagt echter om een open discussie waarbij alle nabestaanden, belanghebbenden en professionals aan het woord kunnen komen over hoe het monument er inhoudelijk en
artistiek uit zou kunnen en moeten zien.
Er had dus een proces opgetuigd moeten worden waarbij iedereen in Nederland zich geadresseerd had
geweten door de problematiek van antisemitisme, discriminatie, uitsluiting en vervolging waarvan de
diverse uitingen en voorbeelden ons helaas nog iedere dag in de media en de wereld om ons heen bereiken.
In een open procedure hadden Nederlandse en internationale architecten en kunstenaars een veelvoud van
ontwerpen kunnen presenteren zodat na een transparante weging het best denkbare ontwerp op de beste
locatie gerealiseerd had kunnen worden. Het grote belang van het organiseren van zo’n open procedure is
dat elke Nederlander geadresseerd zou worden; alleen al dat gegeven zou het onderwerp antisemitisme /
uitsluiting/ discriminatie/ vervolging bij iedereen, ook de jongere generaties, in verhevigde mate onder de
aandacht hebben gebracht.
Bezwaarmakers zijn ervan overtuigd dat genoemde open procedure tot een beter resultaat met meer
draagvlak zou hebben geleid.
Het tegendeel is gebeurd. Gemeente Amsterdam gebruikte ten onrechte een korte reguliere procedure
waarbij inspraak onmogelijk bleek.
Werkelijk niemand heeft over dit belangrijkste naoorlogse monument mee mogen praten. Het monument
werd buurtbewoners en nabestaanden als een dictaat opgelegd.
Een toetsing van het ontwerp, zoals indertijd bij het ontwerp voor het Wertheimplantsoen het geval was,
heeft niet plaatsgevonden. Het voortdurend herhalen in de media dat de Gemeenteraad twee maal unaniem
akkoord is gegaan is onjuist. De Gemeenteraad heeft het ontwerp zelfs nooit gezien want het is hen niet
gepresenteerd. Het unaniem akkoord gaan betrof:
a. instemmen met de keuze voor de locatie aan de Weesperstraat
b. het instemmen met het versnellen van de procedure
Amsterdam liet de oren hangen naar een ondemocratische besluitvormingsweg. Ze wist en stond toe dat
architect Libeskind de opdracht onderhands kreeg. Libeskind bood het ontwerp voor het monument voor
een vriendenprijs aan het NAC aan en wist daarmee de verplichte Europese aanbestedingsregels te omzeilen.
Een groep architecten en kunstenaars heeft hierover een klacht gedeponeerd bij de Nationale Commissie die
toeziet op de naleving aanbestedingswetgeving.
De conclusie was dat het monument met een budget van meer dan 15 miljoen euro, waarvan het overgrote
deel door de overheid wordt betaald, Europees aanbesteed had moeten worden.
Voor het monument moest een klein stadsplantsoen wijken. Bovendien was de locatie langs de drukke
Weesperstraat weinig geschikt. In een case study hebben bezwaarmakers vanuit de overweging dat zo’n
belangrijk monument beter verdiende, een alternatieve locatie voorgesteld op en onder het Mr.Visserplein
tussen de Portugese synagoge en het Joods Historisch Museum, historisch en symbolisch een meer
geëigende plek. Door de ontsluiting van de grote ondergrondse ruimte onder het Mr. Visserplein zou deze
plek de potentie hebben gekregen uit te groeien tot een nieuw groen stadshart waar bovendien een
monument gerealiseerd had kunnen worden.
De Gemeente Amsterdam ontwikkelt echter al heel lang plannen voor het Mr.Visserplein waarbij gedacht
wordt aan bebouwing van het plein maar zij verzuimt hierover openheid van zaken te geven.
In dat licht is het van belang een aantal punten die rechtstreeks te maken hebben met stedenbouwkundige
planning/ bestemmingsplan in de uitspraak van de Raad van State hier te benoemen.
In de uitspraak lezen we dat de staatsraden het door ons gestelde volledig afwijzen. Wij stellen dat het
bestemmingsplan een monument van deze omvang niet toestaat en dat er vervolgens niet gebruik had
gemaakt mogen worden van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid door de gemeente, waardoor het toch
zou kunnen. De wet legt namelijk beperkingen en toegestane afmetingen op, maar die werden genegeerd. De
RvS beroept zich in haar uitspraak nu op het gegeven dat dit monument een ‘bouwwerk, geen gebouw
zijnde’ is en dat die regels daarom niet gelden.
Op zo’n manier zou je op deze plek een ‘bouwwerk, geen gebouw zijnde’, zoals bijvoorbeeld de Eiffeltoren
kunnen neerzetten. In dat licht heeft het maken van een Bestemmingsplan, een langdurig en zorgvuldig
proces, dus eigenlijk helemaal geen zin.
Ten slotte:
De publiciteit over het Namenmonument is de laatste jaren steeds meer de richting uitgegaan dat er alleen
maar over bericht werd in termen van polarisatie, van een tegenstelling tussen standpunten. Die tegenstelling werd moedwillig gecreëerd om kritiek op de gang van zaken de mond te snoeren. Dat is onjuist en
een democratie onwaardig.
SDGP heeft nooit het belang van een monument ontkend en doet dat tot op de dag van vandaag nog steeds
niet. In een onszins integere poging om een beter monument op een belangrijkere plek tot stand te brengen,
hebben we ons tot het uiterste ingespannen.
Wij voelden ons daarin door u gesteund zowel moreel als financieel en willen u daarvoor via deze
nieuwsbrief hartelijk danken.